| Slechts
200 km scheiden het groene Bali en Komodo van elkaar. Toch is het
contrast onwaarschijnlijk. In de meeste maanden valt in Komodo geen
druppel regen, en dit zorgt voor een unieke bestemming op ecologisch
vlak.
In 1980 erkende de Indonesische overheid het ecologisch belang
van deze streek, en verklaarde Komodo tot Nationaal park. 11 jaar
later werd het zelfs uitgeroepen tot World Heritage Site, om de
bescherming van dit opmerkelijk ecosysteem te garanderen.
In het park bevinden zich zo’n 1.000 vissoorten, 260 verschillende
soorten koralen, 70 soorten sponsen, Dugongs en 18 soorten walvissen
en dolfijnen. Veel van deze soorten zijn nergens anders ter wereld
te vinden, het beste voorbeeld hiervan is de “Komodo dragon”,
waarvan er nog zo’n 5.000 bestaan.
Duikers, onderwaterfotografen en biologen worden aangetrokken
door de onvergelijkbare onderwaterwereld. Terwijl je in Komodo
haaien, mantas en scholen pelagics treft op verschillende duikplaatsen,
is ook de enorme hoeveelheid “critters”, verspreid
over een tapijt van hard en zacht koraal, even typerend voor duiken
in Komodo.
De regio in en rond komodo is gekend voor zijn sterke stromingen
en koude en voedselrijke “upwellings”. Deze zorgen
voor de prachtige riffen en overvloed aan marine life. De gemiddelde
watertemperatuur ligt tussen de 24 en 30°C, maar de koude
stromingen kunnen de temperatuur naar beneden halen tot zo’n
22°C. Op een bepaalde plaats (Horseshoe bay) kan de temperatuur
in augustus en september zelfs dalen tot 17°C, terwijl het
een beetje verder nog altijd de normale temperatuur heeft. Een
5mm pak (minimaal) is dan ook aangeraden.
|